Historische en kunsthistorische beschrijving van de St.-Ursmaruskerk te Baasrode-Dendermonde.
Tekst uit "Blik op Baasrode, een eeuw dorpsgeschiedenis in woord en beeld" - 1850-1950
Joris Gijsen en Yves Segers .
Hoe het eerste kerkje van Baasrode (uit 1139) er uitzag, is niet bekend. Door de toename van het aantal gelovigen werd het echter te klein. Omstreeks 1500 bouwde men op dezelfde plaats, waar de huidige kerk nog altijd staat, een nieuwe gotische kerk met dubbele kruisbeuk. Tegelijkertijd werd ook de toren gebouwd waarvan het onderste gedeelte nog steeds te zien is. Deze oorspronkelijke toren had een smalle gotische spits, omgeven door 4 hoektorentjes. In elke flank waren er twee galmgaten. In de loop der tijden kreeg de nieuwe kerk het hard te verduren. Op 14 augustus 1578 werd Baasrode, waar vier vendel Gentse krijgslieden waren gelegerd, door Waalse soldaten belegerd. Een groot aantal soldaten en inwoners verloor bij de gevechten het leven. De kerk werd zwaar beschadigd. Het 'hof van Peene', het kasteeltje van de heer van Baasrode, werd volledig verwoest.
De herhaaldelijke branden en oorlogen teisterden de hele parochie. Door de economische crisis die volgde, kon de kerk niet worden hersteld. In 1654 schreven Pieter Van Boome en Thomas Van Damme, Kerkmeesters, een brief aan de aartsbisschop met de melding dat: "de parochiekercke van Baserode seer ende al is gedestrueert ende geruyneert door de troebelen van de orloghe" en drongen daarbij aan op een spoedige "reparatie ende restauratie van deselve kercke". Pas in 1677 werd de kerk hersteld en kreeg de toren een nieuwe renaissance-kop.
In het midden van de 18e eeuw sloeg de oorlog opnieuw toe. Nadat de handel de draad terug had opgenomen en de economische activiteit zich herstelde, besliste men in 1779 de kerk te vergroten. Toen deze kerk door de stijging van de bevolking in het begin van de 19e eeuw opnieuw te klein werd, ging men over tot het vergroten van het bestaande gebouw. De kosten voor de uitbreiding werden geraamd op 11.821 gulden. De eerste steenlegging door pastoor van Oosthuyse vond plaats in 1830 en op maandag 8 oktober 1832 werd de kerk plechtig ingewijd door Mgr. Joannes Franciscus Van de Velde.
De economische en demografische "boom" in het begin van de 20e eeuw zorgde in Baasrode voor plaatsgebrek. In 1902 startte men daarom met de bouw van het "Nieuwe Kwartier", dat als centrum de "Groote Plaats" had. Deze uitbreiding moest Baasrode groeikansen geven. Ook de kerk werd te klein bevonden. Op 19 maart 1914 besliste de gemeenteraad om een nieuwe kerk te bouwen op het plein. De kosten werden geraamd op 221.000 fr.
Robert Neerincx, burgemeester en grootgrondbezitter schonk 89.470 fr. De gemeente gaf 61.530 fr., de provincie Oost-Vlaanderen en de staat kwamen beide tussen met 35.000 fr. Door de oorlogsgebeurtenissen viel het plan in het water. Na de oorlog werd van het plan afgezien en vond E.H. pastoor Verstraeten het beter om een kerk op den Briel op te trekken.
De kerktoren die de oorlog niet had overleefd, werd in 1921 vervangen door de huidige toren. Het uurwerk dat tot op heden de kerk siert, werd aangekocht in 1928. De eerste elektrische torenklok, gemaakt door de Brusselse horlogemaker Omer Micheaux, kostte 9.900 fr. en was voorzien van een automatisch opwindmechanisme.
Het binnenzicht van de Sint-Ursmaruskerk is overwegend 18e-19e eeuws en onderging relatief weinig verandering. Vooraan bevonden zich, net zoals nu, drie altaren: het altaar van Onze-Lieve-Vrouw, het altaar van Sint-Ursmarus en het Hoogaltaar. Het oorspronkelijke Hoogaltaar dateerde uit 1742.. Met de verbouwing van de kerk in 1779 moest ook het Hoogaltaar worden vernieuwd. Het altaar dat nu nog in het bezit is van de kerk, werd opgetrokken in hoogbarok en geflankeerd door twee grote beelden: Constantijn en de Heilige Helena van beeldhouwer Joost Van Rossem. Het schilderij "De Kalvarieberg", reeds in het bezit van de kerk, werd in het nieuw altaarkader geplaatst. De vier medaillons en het tabernakel weren het werk van de koninklijke beeldhouwer Philips Alexander Nijs van Temse.
In 1831 maakte Nuttens van Sint-Amands een nieuw Onze-Lieve-Vrouwaltaar. Het altaar was een gift van pastoor Pieter Vingeroets die er 400 Brabantse gulden voor over had. Het schilderij "Onze Lieve Vrouw van den Rozenkrans", gemaakt door J. De Landtsheer in 1827, werd boven het altaar gehangen. Het Mariabeeldje in renaissancestijl (ca. 1700) plaatste men boven op het altaar.
Het altaar van Sint-Ursmarus werd in 1832 door Dominicus Welvis van Baasrode vernieuwd voor de prijs van 306 gulden en 60 cents. Ook hier plaatste men het oude schilderij "De missionerende Sint-Ursmarus" van J. De Landtsheer boven het nieuwe altaar.
Overigens bezat de kerk heel wat waardevol meubilair. Centraal in het kerkgebouw stond de barokke preekstoel met Sint-Ursmarus als steunpilaar en met de beeltenissen van de vier evangelisten op de kuip. Midden jaren 1970 werd de preekstoel weggehaald. De biechtstoelen, die in 1779 samen met de preekstoel werd geplaatst, zijn wel nog aanwezig. Het meubel dat de kerk bezat (en nu nog steels bezit) was orgel. De orgelkast werd vervaardig in renaissancestijl en aangekocht in 1739. Exact tweehonderd jaar later, met name in 1939, gaf Joseph Loncke uit Essen het orgel een grondige herstelbeurt en werd een tweede orgelkast met klavier bijgeplaatst. De huidige kruisweg werd in 1862 geleverd door Meyer uit Doornik voor een kostprijs van 660 fr. De doopvont in de kerk dateert van rond 1650 en is een overblijfsel van de oude kerk. Voorts zijn de overgebleven beelden en het zilverwerk uit de 18e eeuw.
|